Header background

Ervaringsverhaal: Mitchell over de Jeugdzorg



Dit interview maakt deel uit van een reeks van drie gesprekken met verschillende jongeren die hun ervaringen delen over Jeugdzorg. Deze jongeren wonen tijdelijk niet thuis, maar in een woongroep van een jeugdinstelling. Dit kan verschillende redenen hebben: gedrags- of ontwikkelingsproblemen, het wegvallen van een ouder of om de veiligheid binnen het gezin te waarborgen. In een woongroep krijgen de jongeren ondersteuning in hun dagelijkse bezigheden zoals naar school gaan, persoonlijke verzorging en leren omgaan met anderen. Er zijn verschillende soorten woongroepen (open, besloten en gesloten) die variëren in hoeveel vrijheid je krijgt.
Ik had het genoegen om kennis te maken met drie jongeren van zo’n woongroep met ieder hun eigen verhaal. Hierdoor kreeg ik een inkijkje in hun leven en hoe hun ervaring is met Jeugdzorg.
Het is indrukwekkend hoe veerkrachtig en positief de jongeren in het leven staan, ondanks dat ze veel hebben meegemaakt.
Met hun verhalen hopen ze een inspiratie te zijn voor anderen die in een soortgelijke situatie zitten of hebben gezeten.

Vandaag ontmoet ik Mitchell, een jongen van 18 jaar uit de buurt van Eindhoven. Hij woont sinds tweeënhalf jaar op een open woongroep en heeft ervoor op veel verschillende locaties en soorten woongroepen gewoond. Bij de ene groep had hij meer vrijheden dan bij de andere.
Mitchell volgt nu met veel plezier een opleiding in het leger en hoopt zo snel mogelijk zelfstandig te kunnen gaan wonen in een studio. Hij heeft al veel meegemaakt in zijn leven en deelt graag zijn verhaal om andere jongeren te inspireren. 

Kun je wat vertellen over je achtergrond, hoe ben je hier terecht gekomen?

‘Ik kom uit een gezin met een oudere zus en – broer. Mijn vader is dood geschoten toen ik anderhalf jaar oud was, dus hem heb ik helaas nauwelijks gekend. Dit had veel impact op mijn moeder en ze kon het niet aan om in haar eentje voor ons drie te zorgen, dus werden wij uit huis geplaatst. Mijn zus ging naar een instelling en mijn broer en ik werden in hetzelfde pleeggezin geplaatst. Met mijn moeder en zus heb ik weinig contact, maar met mijn broer ben ik erg hecht. Ook woon ik nog steeds bij hetzelfde pleeggezin en voelen mijn pleegouders meer als mijn echte ouders.’


Wat heftig en naar dat je je vader zo jong hebt verloren en dat je gezin toen uit elkaar viel. Hoe heb ging je daarmee om?

‘Als je zo jong bent, besef je niet echt wat er gebeurt. Ik had wel veel vragen over mijn vader, wie hij was, hoe hij was overleden, maar niemand kon me echt die antwoorden geven. Dat vond ik wel heel lastig. Rond mijn twaalfde kreeg ik erge agressieproblemen, omdat ik zoveel vragen had over wie mijn ouders waren en wie ik was. Toen ben ik voor het eerst in gesloten jeugdzorg terecht gekomen, omdat het thuis niet meer ging. Dat was heftig, zowel voor mijzelf als voor mijn familie. Het is een grote verandering om niet meer thuis te wonen.’

Dat lijkt mij ook. Hoe is je algemene ervaring met jeugdzorg?

‘Ze proberen het overal, het ligt zeker niet aan de wil, want iedereen van de begeleiding doet hun best. En uiteraard heb je met sommige begeleiders een betere klik en voel je je meer thuis dan met een andere begeleider op een andere groep. Maar iedere jongere is anders en ze proberen oude projecten dan weer op nieuwe jongeren en dat werkt niet. Het is vaak te algemeen en dat vind ik jammer. Dat sluit niet goed aan, in ieder geval niet op mij. Daarnaast ben ik ook goed geholpen door sommige begeleiders en boden ze mij een luisterend oor als ik dat nodig had.’

Wat doe je zelf om de jeugdzorg te verbeteren of om anderen te inspireren?

‘Ik zit in verschillende raden, zoals de Raad voor Jeugdwelzijn waar ik probeer een stem te geven aan jongeren die dat lastig vinden. Ik praat makkelijk maar dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zo hebben bijvoorbeeld mijn broer en zus een verstandelijke beperking, die daardoor soms moeite hebben om zich te uiten. Onder andere voor hen, zet ik mij in voor het verbeteren van de Jeugdzorg. Dan neem ik deel aan een debat en probeer met ministers in gesprek te gaan, bijvoorbeeld over  separatie.


Goed dat je je zo inzet. En wat houdt separatie in?

‘Bij separatie word je simpel gezegd tijdelijk opgesloten. Je hebt verschillende soorten: van een lege kamer die op slot kan om in af te koelen tot een lege kamer met een bed en wc waar je voor langere tijd in verblijft. Je mag je eigen kleding niet aan en moet daar twee dagen of langer verblijven. Ik heb dat meerdere keren gehad.’

Hoe heb je dat zelf ervaren?

‘Het is goed en belangrijk om na te denken over jezelf, maar niet op zo’n moment als je je al niet goed voelt. Die zelfreflectie is belangrijk, maar pas wanneer je rustiger bent en je je beter voelt. Op dat moment moet je juist niet na willen denken en al helemaal niet alleen. Ook kan het beter op een andere manier met meer ondersteuning. Ik vind dat het afgeschaft moet worden.
Ik begrijp dat vanwege veiligheid het handig is, maar ik zou willen zien dat jongeren juist even hun eigen ruimte mogen nemen, door even buiten te lopen bijvoorbeeld. Geef hen de ruimte en laat de energie er juist uit in plaats van binnen houden.’


En hoe gaat het nu met je? Hoe heb je alles een plekje kunnen geven?

‘Vroeger als het me teveel werd, klom ik vaak in bomen. Daar bleef ik zitten tot ik de situatie weer overzag en rustig was geworden. Of tot de politie mij kwam halen, haha.
Nu gaat het goed met me en heb ik na heel wat sessies therapie geleerd om te praten over hoe ik mij voel. Eerst vond ik alle therapie wel pittig en werd ik boos als een therapeut met mij moeilijke onderwerpen wilde bespreken. Dan liep ik weg en vond ik het eng.
Maar na heel wat sessies heb ik geleerd dat het goed is om te praten over dingen die je meemaakt en dat het juist helpt, mits je je veilig voelt en je diegene kunt vertrouwen. Dramatherapie en traumaverwerking hebben mij heel erg geholpen.
Ik heb nou eenmaal nare dingen meegemaakt, maar daar heb ik nu grip op. Ik zie het als een kast met een slot erop, waarbij ik zelf kan bepalen of en wanneer ik die kast open doe en er een herinnering er uit laat. Die controle geeft een heel sterk gevoel. Je mag je best eens rot voelen, daar is niks mis mee.’

En wat zijn je dromen?

‘Mijn volgende stap is een eigen studio in Eindhoven, daar ben ik nu mee bezig: mijn eigen leven opbouwen. Ook wil ik mijn opleiding in het leger afronden en me daarin verder ontwikkelen. Daar leer ik zoveel en bouw ik echte vriendschappen op. Dat vind ik geweldig.
Daarnaast hoop ik dat ik dingen kan verbeteren in de Jeugdzorg en misschien zelf wel jongeren die het moeilijk hebben helpen met mijn ervaring.’

Mooie plannen heb je!
En waar haal jij de drive vandaan om altijd door te blijven gaan en niet op te geven?

‘Juist door de mensen die zeggen dat ik iets niet kan. Dat klinkt een beetje gek, maar dan wil ik het juist bewijzen dat ik het wel kan. Mijn pleegouders hadden bijvoorbeeld niet verwacht dat ik mijn school af zou maken, ook al geloven ze wel in me. Toen het mij lukte om mijn vmbo af te maken en ik nu een vervolgopleiding doe, zijn ze heel trots op mij. Dat geeft een goed gevoel.’

Wat zou je andere jongeren willen meegeven die in een soortgelijke situatie zitten?

‘Praat over je problemen. Ik ben wel eens vrienden verloren als ik vertelde dat het niet goed ging met me. Dat is niet leuk en kan kwetsend zijn maar er zijn altijd mensen die er wel voor je willen zijn en die echt om je geven.
En als je boos bent en je loopt weg: probeer dan te focussen op hoe je voetzolen de grond raken. Daar word ik altijd heel rustig van.
Blijf daarnaast ook altijd in jezelf geloven en geef nooit op. Ook al zie je niet meteen een oplossing of een uitweg, die komt altijd. Het is niet erg om op je bek te gaan in het leven, dat hoort erbij. Als je er maar van leert.

Dus geef niet op, praat erover en hou je koppie omhoog, want je bent niet alleen. Ook al zijn het hele kleine stapjes, je gaat wel vooruit en het komt altijd goed.’


Bron: Interview met Mitchell, nji.nl
Auteur: Mirre Balke
mei 2022