Header background

Ervaringsverhaal van Chantal over anorexia

Eten is voor de meeste mensen heel vanzelfsprekend: iets wat je elke dag doet en waar je weinig over nadenkt. Toch zijn er veel mensen die een ongezonde relatie met voeding ontwikkelen. Ze eten meer dan ze zouden willen of zijn de hele dag bezig met calorieën tellen. Het overkwam Chantal (42 jaar). In haar jeugd kreeg ze te maken met meerdere eetstoornissen, waaronder anorexia nervosa. Inmiddels heeft Chantal haar eigen bedrijf waarmee ze jonge vrouwen helpt bij het omgaan met eetproblemen, eetstoornissen en een laag zelfbeeld. In dit artikel lees je hoe Chantal deze periode heeft ervaren en hoe zij haar eetstoornis heeft overwonnen.  

Ik voelde me erg alleen en ging emotie-eten

Hoe het begon 

‘Al sinds mijn vroege jeugd, ben ik gepest met mijn rode haar. Dat begon redelijk onschuldig op de basisschool, maar op de middelbare school werd dat steeds erger. Thuis kon ik daar niet over praten, want mijn ouders praatten nooit over emoties en gevoelens; het ging vooral over koetjes en kalfjes. Daarnaast was ik altijd iemand die heel hard moest leren en dan haalde ik net een 5.5. Als ik daarmee thuiskwam was dat voor mijn ouders niet goed genoeg. “Je moet nog beter je best doen”, werd er dan gezegd. Ik mocht van mijn vader geen vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis nemen en moest na school direct naar huis om mijn huiswerk te maken. Ik voelde me erg alleen en ging emotie-eten. Ik at alles wat ik lekker vond om mijn gevoelens maar niet te hoeven voelen. In het vierde jaar van de MAVO kreeg ik echt eetbuien; ik at alles wat los en vast zat. Ik kreeg toen ook overgewicht, waardoor ik nog meer werd gepest. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik zelfs na schooltijd werd opgewacht.’  

‘In de zomervakantie tussen de MAVO en het MBO was ik er klaar mee en besloot ik: “Ik wil niet meer gepest worden met hoe ik eruitzie. Ik wil afvallen”. Die zomer ben ik samen met mijn moeder naar de huisarts gegaan, die ons doorverwees naar een diëtiste. Van de diëtiste kreeg ik een voedingslijst mee die ik moest gaan volgen. Al vrij snel merkte ik dat ik veel afviel. Tijdens een vakantie in Oostenrijk moest ik de voedingslijst ook volgen, maar dat lukte niet, omdat ze in Oostenrijk andere producten hebben. Hierdoor ging ik nog meer schrappen van mijn voedingslijst en begon ik ook met calorieën tellen. Op een gegeven moment wist ik van bijna elk product hoeveel calorieën erin zaten. Het werd een soort wedstrijd. “Hier ben ik goed in!”, dacht ik. Ook kreeg ik van mijn omgeving allemaal complimenten dat ik er goed uit zag, waardoor ik mij meer gezien voelde. En dat zorgde ervoor dat het steeds verder en verder ging. Heel langzaam sloop de eetstoornis mijn leven in.’  

Ik was bang om niet meer wakker te worden

Het keerpunt 

‘Na het MBO ging ik vrijetijdsmanagement studeren. In het derde jaar van deze studie ging het lichamelijk steeds slechter met mij. Ik kreeg last van hartkloppingen, buikkrampen en had donshaartjes over mijn hele lichaam. Ook voelde ik me futloos, maar wilde alsnog in beweging blijven. Dat was heel dubbel. Op een gegeven moment ging het lichamelijk echt niet meer. Ik weet nog één avond waarop ik in bed lag en het voelde alsof mijn bed deinsde. Alsof ik op zee was. Ik had totaal geen controle meer over wat mijn lijf deed. Dat was een hele enge gewaarwording. Ik was bang om niet meer wakker te worden. Ik heb toen mijn ouders geroepen, waarop mijn vader naar boven kwam gerend met een liga en zei: “Je gaat of nu deze liga eten en morgen zelf hulp zoeken of ik bel 112 en dan weet je dat je aan de sondevoeding moet en moet worden opgenomen, want dit gaat zo niet langer”. Dat moment was voor mij een keerpunt. Ik dacht: “Er moet iets gebeuren, anders ben ik er niet meer”- en dat wilde ik echt niet. Ik wilde graag blijven leven; ik wist niet meer hoe en daar had ik echt hulp bij nodig.’   

Ik was één van de weinigen die echt gemotiveerd was om te herstellen

De opname 

‘De volgende dag ben ik naar de huisarts gegaan. Die verwees mij gelijk door naar dezelfde diëtiste. Dat is een fout die hij toen heeft gemaakt. Zij had totaal geen kennis van eetstoornissen en gaf mij weer dezelfde voedingslijst mee waarop weer dezelfde calorieën stonden. Gelukkig had zij snel door dat ik niet op de goede plek was en heeft zij mij doorverwezen naar een eetstoorniskliniek. Deze kliniek heeft mij heel erg geholpen om lichamelijk te herstellen, maar ik kwam er ook met risico’s in aanraking. Ik was één van de weinigen die echt gemotiveerd was om te herstellen. Heel veel meiden waren gestuurd door hun ouders en waren niet gemotiveerd om aan te komen. Zij probeerden mij mee te nemen in de eetstoornis. Na het avondeten gingen ze kilometerslang lopen. Hier ben ik toen ook mee begonnen, maar al vrij snel weer mee gestopt. Ook had ik het gevoel dat ik niet kon zeggen wat ik eigenlijk wilde. En dat deed ik dus ook niet, omdat ik daarop werd afgerekend door mijn groepsgenoten. Ik wilde daarom graag individuele gesprekken. Uiteindelijk kreeg ik deze, maar het waren alleen verpleegkundigen die zelf weinig of geen ervaringen hadden met eetstoornissen.’  

‘Toen ik ontslagen was uit de kliniek heb ik mijn opleiding afgerond. Ook ben ik op zoek gegaan naar nieuwe vriendinnen, want al mijn oude vriendinnen waren afgehaakt, omdat ze niet wisten hoe ze om moesten gaan met iemand met een eetstoornis. In deze periode heb ik ook mijn huidige man leren kennen. Hij heeft veel voor mij betekend in mijn herstelproces. Hij accepteerde mij zoals ik was en dat was heel fijn. We hebben samen ook een terugvalpreventieplan opgesteld, waarbij we bepaalde signalen met elkaar hebben afgesproken. Als ik bijvoorbeeld ineens weer veiligere producten zou kiezen of minder broodbeleg op mijn brood zou doen, zou hij mij daarop wijzen. Er zijn daarna nog wel eens momenten geweest waarop ik toch weer veel eetstoornis gedachten had, maar een grote terugval is er niet geweest.’  

Ik geloofde niet dat ik een burn-out had

Burn-out   

‘Ik ben altijd al iemand geweest die heel perfectionistisch is. Ook toen ik getrouwd was en kinderen kreeg, had ik hier nog veel last van. Ik wilde aan allerlei verwachtingen voldoen en dacht: “Als alle mensen om mij heen gelukkig zijn, dan ben ik dat ook”. Toch kwam ik er in 2018 achter dat dat niet zo is. Ik kreeg een fikse burn-out. Ik was al een lange tijd erg moe en kreeg weinig energie meer van mijn werk als directiesecretaresse. Toch bleef ik me vasthouden aan de automatische piloot. Ik had me ziekgemeld op mijn werk, maar bleef alsnog doorgaan met sportactiviteiten, zorgen voor de kinderen en mijn man en dingen regelen voor school. Op een gegeven moment merkte ik dat het echt niet meer goed ging. Dat uitte zich in verschillende vormen. Eén daarvan was in de sportschool, waar ik tijdens een les bodypump ineens allemaal sterretjes zag. Ik kon het niet uitstaan dat ik die gewichten niet meer omhoog kon krijgen. Ik was boos op mijn lijf dat dit gebeurde, maar het was voor mij ook het signaal dat het niet goed zat. Ik heb de gewichten neergelegd en ben naar huis gegaan. Het enige wat ik daarna heb gedaan is dagenlang op de bank liggen en huilen. Ik kon helemaal niks meer.’  

‘Ik heb heel lang in de ontkenningsfase gezeten en geloofde echt niet dat ik een burn-out had. Uiteindelijk zag ik in dat ik zelf niet uit deze situatie kon komen en ben ik aan de slag gegaan met een burn-out coach en een therapeut. Langzamerhand begon ik in te zien dat ik mij ben gaan vasthouden aan de automatische piloot, dat ik veel last heb van perfectionisme en altijd wil voldoen aan verwachtingen van iedereen. Ik weet nog dat ik met de therapeut in gesprek was en dat zij mij de volgende vraag stelde: “Stel dat je er over een half jaar niet meer bent, wat wil je dan in ieder geval gedaan hebben?” Ik wist daar gelijk antwoord op te geven: “Ik wil andere mensen begeleiden op weg naar herstel van hun eetstoornis. Dat heb ik al gezegd sinds ik uit de eetstoorniskliniekkwam”. Waarop mijn therapeut zei: “Als je dat zo graag wilt, waarom doe je dat niet gewoon?”. Toch had ik dat nooit gedaan, omdat ik bang was dat het niks zou worden. Mijn vader heeft namelijk altijd gezegd dat ik daar geen droge boterham mee kan verdienen en dat het gedoemd is om te mislukken. Op dat moment zag ik in dat mijn vader voor mij bepaalde waar ik naartoe ging in mijn leven. Dat inzicht - dat iemand anders achter het stuur van mijn leven heeft gezeten en dat ik zelf niet heb mogen of kunnen bepalen waar ik naartoe wilde - vond ik super heftig. Tegelijkertijd dacht ik ook “Nu is het tijd om mijn eigen leven te leiden: ik wil mijn eigen pad belopen”.’  

Het liefst sta ik al naast mensen voordat ze een eetstoornis ontwikkelen

Het roer om 

‘Ik heb doorgezet en ben een opleiding gaan volgen tot onder anderen gewichtsconsulent, coach en therapeut. Uiteindelijk ben ik mijn eigen praktijk, Kwetsbaar Mooi, begonnen. In gesprek met mijn cliënten zet ik naast alle kennis mijn eigen ervaringen in. Hierdoor kan ik goed aanvoelen wat de ander meemaakt. Ik hoor vaak van cliënten terug dat zij zich begrepen voelen, omdat ik snap wat er gebeurt in hun hoofd. Veel mensen denken dat een eetstoornis gaat over eten, maar het gaat helemaal niet over eten. Het gaat over onhandig omgaan met gedachten en gevoelens. Het is een soort overlevingsstrategie die iemand zich eigen heeft gemaakt om met die gedachten en gevoelens om te gaan. Dat kan voortkomen uit een laag zelfbeeld of perfectionisme, maar kan zich ook ontwikkelen naar aanleiding van een trauma of een moeilijke situatie zoals een echtscheiding, het overlijden van iemand die je heel dierbaar is of wanneer je gepest wordt. Het liefst sta ik al naast mensen voordat ze een eetstoornis ontwikkelen. Daarom bied ik ook begeleiding aan mensen met een laag zelfbeeld.’  

Hoe herken je een eetstoornis? 

Volgens Chantal is het belangrijk om onderscheid te maken tussen een eetstoornis en eetprobleem. ‘Bij een eetstoornis wordt je dagelijks leven sterk beïnvloed. Je bent elke dag bezig met je gewicht en probeert zo min mogelijk te eten. Focussen op je werk of afspreken met familie en vrienden lukt niet meer. Bij een eetprobleem ben je ook veel bezig met je gewicht, maar het beheerst je leven niet ondanks dat je niet lekker in je vel zit. Het is belangrijk om een eetprobleem serieus te nemen, omdat het een eetstoornis kan worden als het niet op tijd wordt behandeld.’  

Volgens Chantal kunnen de volgende signalen wijzen op een eetstoornis of eetprobleem:   

  • Je vindt het lastig om iedere dag keuzes te maken over voeding en bent het zat er altijd maar mee bezig te zijn.  
  • Je hebt het gevoel dat je altijd gespannen en angstig bent.  
  • Je worstelt met je zelfbeeld en hebt weinig zelfvertrouwen.  
  • Je bent bang om patronen te doorbreken en de controle los te laten. Doorgaan is makkelijker voor je dan stilstaan of veranderen en gaan voelen.  
  • Je voelt je vaak niet begrepen. Je hebt behoefte aan een luisterend oor en iemand die weet wat je doormaakt.  
  • Je hebt de drang tot overeten, eetbuien of juist stoppen met of minder eten.  
  • Je voelt je niet comfortabel als je in de spiegel kijkt. Of je hebt een beeld van jezelf waar je niet blij van wordt. 

Volgens Chantal is het ook voor de omgeving belangrijk om te letten op signalen bij anderen. ‘Eten wordt een eetprobleem als iemand zich te veel met (niet) eten bezighoudt. Bij kinderen zijn eetproblemen vaak moeilijk te herkennen. Ouders merken het niet altijd op, omdat kinderen met een eetprobleem trucjes en leugens gebruiken om bijvoorbeeld niet of minder te hoeven eten. Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze al gegeten hebben of dat ze zich niet lekker voelen. Of ze willen op een ander tijdstip eten. Dan valt het niet op dat ze minder of niet eten.’  

 

Volgens Chantal kan je een (beginnend) eetprobleem* herkennen aan:   

  • dat je kind anders en/of op andere momenten wil/gaat eten  
  • dat je kind niet lekker in zijn/haar vel zit of somber is  
  • dat je kind een laag zelfbeeld heeft en/of weinig zelfvertrouwen  
  • dat je kind meer op zijn of haar gewicht en uiterlijk let  
  • dat je kind zich meer opsluit of afzondert van anderen   
  • dat je kind het belangrijk vindt wat een ander van hem of haar vindt of zou moeten vinden  
  • dat je kind meer dan normaal zijn of haar best doet en steeds meer wil uitblinken op school en/of in sport. 

 

‘Op een gegeven moment kan je kind ook lichamelijke klachten krijgen zoals snel moe zijn, het vaak en snel koud hebben, vermageren en bij meisjes kan de menstruatie uitblijven. Wanneer je als ouder vermoedt dat je kind een eetprobleem of eetstoornis heeft, is de verwachting dat je kind zegt dat er niks aan de hand is. Jij ziet echter wel dat hij of zij anders met voeding omgaat, afvalt of juist aankomt, of extreem veel beweegt. Realiseer je dat het niet gek is dat mensen met een eetstoornis in eerste instantie hun probleem ontkennen, omdat ze zich er bijvoorbeeld voor schamen of omdat ze jou er niet mee willen belasten. Dit ontkennen kun je ook zien als een symptoom van de ziekte. Sommige mensen met een eetstoornis hebben namelijk (nog) niet door dat ze ziek zijn.’  

Tips van Chantal   

  1. Helaas is er geen snelle, kant-en-klare oplossing voor een eetstoornis of eetprobleem. Daarom is het belangrijk om hulp te vragen als je merkt dat je worstelt met een verstoorde relatie met voeding of als eten je leven beheerst. Je hoeft het niet alleen te doen.   

  2. Wanneer je worstelt met een laag zelfbeeld, realiseer je dan dat je niet geboren bent met een negatief zelfbeeld. Er zijn bepaalde gedachten en overtuigingen in je leven gekomen waarin je bent gaan geloven. Zoals dat je altijd beter je best moet doen of dat je meer sociaal zou moeten zijn. Alleen wanneer je enorm je best doet om van het oordelen af te komen, zul je het negatieve oordeel alleen maar versterken. Want het is uiteindelijk toch nooit goed genoeg… Je hebt jezelf te accepteren zoals je bent mét de patronen die je graag anders of niet meer zou willen zien.  

  3. Voor de omgeving is het belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen de persoon die de eetstoornis heeft en de eetstoornis zelf. Je zoon of dochter is niet ineens de eetstoornis geworden. Dit wordt vaak vergeten, omdat er meestal alleen naar het gedrag wordt gekeken. De persoon achter de eetstoornis bestaat nog steeds. Als dit wordt vergeten, kan iemand zich erg afgewezen voelen als mens, terwijl diegene er zelf niet voor heeft gekozen om die eetstoornis in het leven te laten. 

  4. Een andere tip voor de omgeving is om eens de vraag te stellen “Wat heb je nodig?”. Alleen niet op momenten rondom het eten. Tijdens het eten wordt iemand namelijk helemaal overgenomen door de eetstoornis. Wanneer de voeding weer weg is, ontstaat er weer ruimte voor de gewone ‘ik’.   

Tot slot  

Het belangrijkst volgens Chantal is: ‘Wanneer je merkt dat je (of je kind) worstelt met een laag zelfbeeld, je gewicht of voeding, trek dan zo snel mogelijk aan de bel en zoek hulp. Blijf er niet in je eentje mee worstelen, want daar kom je vaak zelf niet uit en kan de eetstoornis zich verder ontwikkelen. Hoe sneller je hulp zoekt bij eetstoornis of eetprobleem, hoe sneller je ervan af komt. Ik zeg altijd: “Het liefst melden mensen zich al in een heel vroeg stadium bij mij, bijvoorbeeld bij een laag zelfbeeld of perfectionisme.” Ik ben de laatste die zegt dat je er dan niet vanaf kan komen, omdat ik zelf bijna 15 jaar lang verschillende eetstoornissen en problemen heb gehad en er echt vanaf ben gekomen. Dus ik weet zeker dat je er nog steeds vanaf kunt komen; alleen de weg naar herstel kan dan wel echt veel langer zijn.’  

 

Meer weten?   

Kijk op de website, Kwetsbaar Mooi, voor meer informatie over Chantals praktijk. Of ga naar Stichting Durf te Vragen of thuisarts bij eerste vragen over eetstoornissen. Firsteetkit.nl helpt je in het eerder herkennen van eetstoornissen bij een ander. Op Eetstoornisssennetwerk.nl vind je het actuele behandelaanbod. Stichting KIEM zet zich in om de impact van eetstoornissen te minimaliseren. 

Chantal organiseert geregeld bijeenkomsten voor omgeving van iemand die kampt met een eetstoornis om kennis en ervaringen te delen over de belevingswereld van iemand met een eetstoornis en op welke manier jij er écht kunt zijn voor degene met de eetstoornis. Op haar website vind je meer mogelijkheden over de mogelijkheid om deel te nemen. 

 

Leestips   

  • Een emmer kots in de kast - Charlie Paludanus   
  • Friet in de kliniek - Marit Brugman   
  • Samen de eetstoornis aanpakken – Janet Treasure (voor ouders die hun kind willen helpen) 

 

*De genoemde signalen leiden niet altijd tot een eetstoornis of een eetprobleem. Ze kunnen ook leiden tot andere problemen of verslavingen.  

 

 

Meer tips om goed voor je zelf te zorgen?

Vul je e-mailadres in en ontvang van GZ-Plein inspiratie voor een gezond en fit leven.